Heeft Johan Vollenbroek méér invloed op het stikstofbeleid dan gedacht? Woo-verzoek moet alles onthullen
Hoeveel invloed heeft Johan Vollenbroek echt? Nieuw Woo-verzoek moet alle contacten met provincie Noord-Brabant openbaar maken
De discussie over het Nederlandse stikstofbeleid heeft opnieuw een opvallende wending gekregen. Ditmaal staat niet alleen het beleid zelf ter discussie, maar ook de mogelijke invloed van milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) en haar voorman Johan Vollenbroek op provinciale besluitvorming. Een nieuw Woo-verzoek, ingediend bij de provincie Noord-Brabant, moet nu duidelijk maken hoe intensief het contact tussen de provincie en de milieuorganisatie de afgelopen jaren daadwerkelijk is geweest.
De aanleiding voor het verzoek is het recente besluit van Noord-Brabant om de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken. Hoewel deze ondernemers eerder beschikten over definitieve en onherroepelijke vergunningen, moesten hun dossiers na langdurige juridische procedures die door MOB waren aangespannen opnieuw worden beoordeeld. Dat besluit heeft niet alleen geleid tot grote onrust onder de betrokken boeren, maar ook tot vragen over de rol die Vollenbroek en zijn organisatie mogelijk achter de schermen hebben gespeeld.

Het Woo-verzoek is ingediend door platform DwarsNieuws, dat wordt geleid door journalist Marianne Zwagerman. Volgens het platform is er behoefte aan maximale transparantie over de contacten tussen de provincie Noord-Brabant en MOB. De indieners willen weten in hoeverre de milieuorganisatie invloed heeft gehad op belangrijke besluiten rondom vergunningen, stikstofbeleid en handhaving.
Daarom vraagt het Woo-verzoek om een breed scala aan documenten openbaar te maken. Het gaat onder meer om e-mails, WhatsApp-berichten, agenda-afspraken, gespreksverslagen, interne memo’s en eventuele documenten waaruit financiële relaties tussen de provincie en MOB of aan Johan Vollenbroek gelieerde organisaties kunnen blijken.
Volgens DwarsNieuws is het essentieel dat duidelijk wordt welke gesprekken er zijn gevoerd en welke onderwerpen daarbij aan bod kwamen. Vooral de besluitvorming rond de vijf pluimveehouders staat daarbij centraal. Het platform wil weten of tijdens overleg tussen provincie en MOB is gesproken over de betrokken bedrijven, de intrekking van vergunningen, de handhaving van stikstofregels of mogelijke afspraken om toekomstige rechtszaken te voorkomen.
De zaak heeft extra aandacht gekregen omdat de vijf pluimveehouders jarenlang uitgingen van de rechtsgeldigheid van hun vergunningen. Pas nadat MOB juridische procedures was gestart, besloot de provincie de vergunningen opnieuw tegen het licht te houden. Volgens critici roept dat de vraag op hoeveel zekerheid een eenmaal verleende vergunning nog biedt aan ondernemers die jarenlang hebben geïnvesteerd op basis van eerdere overheidsbesluiten.
Voor veel boeren staat er dan ook meer op het spel dan alleen deze vijf dossiers. Zij vrezen dat ook andere bestaande vergunningen in de toekomst opnieuw kunnen worden aangevochten, waardoor investeringen onzeker worden en ondernemers voortdurend rekening moeten houden met nieuwe juridische procedures.
Naast de inhoud van de gesprekken wil DwarsNieuws ook inzicht krijgen in eventuele financiële banden tussen de provincie en MOB. Het platform vraagt expliciet of de organisatie, of andere aan Johan Vollenbroek verbonden stichtingen of instellingen, subsidies, vergoedingen of andere financiële bijdragen van de provincie Noord-Brabant hebben ontvangen.

De belangstelling voor deze informatie is mede ontstaan door passages uit het jaarverslag van MOB. Daarin beschrijft de organisatie dat zij regelmatig overleg voert met provincies, ministeries, bedrijven en andere betrokken partijen. Ook vermeldt MOB dat juridische procedures worden ingezet om overheden en bedrijven aan de onderhandelingstafel te krijgen wanneer vrijwillige oplossingen uitblijven.
Volgens DwarsNieuws roept dat vragen op over de manier waarop maatschappelijke organisaties invloed uitoefenen op beleid. Het platform benadrukt dat het Woo-verzoek niet bedoeld is om overleg tussen overheden en belangenorganisaties onmogelijk te maken, maar juist om inzichtelijk te maken hoe dergelijke contacten verlopen en welke rol zij spelen bij belangrijke beleidsbeslissingen.
De discussie is niet nieuw. Eerder ontstond in de provincie Utrecht al ophef nadat uit antwoorden op Statenvragen bleek dat er regelmatig overleg plaatsvond tussen provinciale bestuurders en MOB over stikstofbeleid, vergunningverlening en verschillende proefprojecten.
Destijds bevestigde voormalig gedeputeerde Mirjam Sterk dat er meerdere gesprekken met Johan Vollenbroek hadden plaatsgevonden. Volgens haar werden veel van die bijeenkomsten als informeel beschouwd, waardoor er niet altijd officiële verslagen of notulen beschikbaar waren. Ook daar werd een Woo-verzoek ingediend om alsnog zoveel mogelijk documenten boven tafel te krijgen. Dat verzoek is nog altijd in behandeling.
De nieuwe ontwikkelingen in Noord-Brabant passen volgens politieke waarnemers binnen een bredere maatschappelijke discussie over de invloed van actiegroepen, belangenorganisaties en ngo’s op overheidsbeleid. Voorstanders wijzen erop dat maatschappelijke organisaties een belangrijke rol spelen bij het beschermen van natuur en milieu en dat overleg met overheden een normaal onderdeel is van een democratische rechtsstaat.
Critici vinden daarentegen dat er volledige openheid moet bestaan wanneer organisaties via juridische procedures en overleg invloed uitoefenen op ingrijpende besluiten die grote economische gevolgen hebben voor burgers en ondernemers. Juist daarom groeit de roep om meer transparantie over de contacten tussen overheden en organisaties die actief procederen tegen vergunningen of beleidsbesluiten.
De provincie Noord-Brabant heeft inmiddels bevestigd dat het Woo-verzoek is ontvangen. Conform de Wet open overheid zal de provincie de aanvraag beoordelen en binnen de wettelijke termijnen reageren. Afhankelijk van de omvang van de gevraagde documenten kan de behandeling enige tijd in beslag nemen.
Voorlopig blijft onduidelijk welke informatie uiteindelijk openbaar zal worden. Mocht uit de documenten blijken dat er intensief overleg heeft plaatsgevonden, dan zal dat de politieke discussie over het stikstofbeleid vermoedelijk verder aanwakkeren. Blijkt daarentegen dat de contacten beperkt waren en binnen de gebruikelijke bestuurlijke kaders vielen, dan kan dat juist bijdragen aan meer duidelijkheid over de rol van MOB.
Hoe de uitkomst ook zal zijn, het Woo-verzoek onderstreept dat de maatschappelijke en politieke spanningen rond het Nederlandse stikstofbeleid nog altijd groot zijn. Niet alleen de inhoud van het beleid, maar ook de manier waarop besluiten tot stand komen en welke partijen daarbij invloed uitoefenen, blijft onderwerp van intensief debat.